Angsten, loslaten, ontdekken

Angsten doorgeven aan kinderen.

Iedereen is wel ergens bang voor. Ik heb het niet zo op spinnen bijvoorbeeld. Eigenlijk ben ik helemaal niet van de kleine diertjes. En met slangen, schorpioenen en vele andere dieren die meer in het buitenland voorkomen maak je mij echt niet blij. En dat is een understatement.
Maar het zou mij er niet van weerhouden om op vakantie naar één van de landen te gaan waar veel (grote en/of gevaarlijke) spinnen zijn. Lastiger wordt het als je kinderen bang zijn.

Voordat ik zwanger was van mijn oudste riep ik altijd dat mijn kinderen niet zouden merken dat ik bang ben voor spinnen.  Dat heb ik heel goed volgehouden tot hij een jaar of drie was. Toen riep hij: “Mama, er zit een spin op je gordijn”.  Nou dat was niet zo maar een spin. In mijn beleving was dat beest enorm en meer dan uitkramen dat het zielig was voor die spin als ik hem zou weghalen en hard wegrennen kon ik niet. Ik klonk denk ik niet zo geloofwaardig, want zodra hij om zes uur de deur hoorde werd mijn illusie verbroken.  “Pap, mama is bang voor een spinnetje”. Spinnetje!

Juli 2014: bij de Oliemeulen, Tilburg

Omgaan met je eigen angsten zonder je kinderen bang te maken en daarbij toch je kinderen waarschuwen waar nodig. Ja, dat kan. Maar het is toch best moeilijk.

  • Natuurgeweld. Natuurrampen, als het je overkomt kun je er vaak niets aan doen. Mijn kinderen weten dat er aardbevingen geweest zijn op Indonesië. Dat het heel erg is voor de mensen die daar leven. En dat hun oom en tante in Indonesië waren, maar dat ze gelukkig veilig waren. Ook hebben we verteld dat Nederland niet op een breuklijn ligt en dat het er ook in Indonesië niet elk jaar zo aan toe gaat. Ik wil voorkomen dat de kinderen niet meer naar andere landen willen vanwege de kans op natuurrampen.
  • Onweer. Oudste dochter heeft op school geleerd dat je je bij onweer op een open veld zo klein mogelijk moet maken en zo laag mogelijk moet blijven. En nu is ze bang voor onweer. Aan ons de taak om uit te leggen waarom er bliksemafleiders zijn, dat de kans dat je geraakt wordt heel klein is en dat het ook wel mooi is om naar te kijken. En dat zeg ik, ik lag vroeger altijd op de bank met een dekentje over me heen als het onweerde. Die angst heb ik van mijn moeder overgenomen. Zou mijn dochter het nu van mij hebben? Ik ben toch echt niet meer bang met onweer.
  • De tandarts. Nog steeds niet mijn hobby. Maar sinds ik kinderen heb ga ik rustig in de stoel zitten en doe ik alsof het me niets doet. En volgens de tandarts is het niet te zien dat ik me absoluut niet op mijn gemak voel in die stoel. Vanaf dat ze twee jaar zijn gaan ze ook al mee in de stoel. En nu maken ze zelf ruzie over wie eerst mag. Missie geslaagd!

Mijn grootste angst is net als de meeste ouders dat er iets met mijn kinderen gebeurt. Oh ja en die spinnen natuurlijk. Al is dat wel iets beter geworden na een bezoek aan de Oliemeulen. Maar goed, je kunt niet alles voorkomen. Een kwestie van loslaten.

Loslaten…

  • Bomen klimmen. We gingen zondag naar de Pierenberg (klein stukje zandduinen in het bos). De kinderen klommen in de bomen. Waar ik voorheen gelijk zou waarschuwen dat ze niet te hoog moeten klimmen. Heb ik ze nu alleen gezegd; veel plezier, letten jullie op dat de takken stevig genoeg zijn om op te staan. Kinderen moeten ook de kans krijgen om lekker te ravotten, in bomen te klimmen, te onderzoeken. Hun grenzen opzoeken. Zelf beslissingen nemen. En dat zal echt wel eens fout gaan. Maar van fouten leer je alleen maar.

  • Fietsen. De kinderen mogen van mij stunten op de fiets. Ik vind het doodeng als ze weer een, naar mijn idee, te hoge bult over crossen. Of het niet nodig vinden om hun handen aan het stuur te houden. Maar ik houd me (meestal) in. Ik vertel ze wat er kan gebeuren als ze met losse handen fietsen, maar ik verbied het ze niet. Zolang ze niet in het verkeer fietsen. Want daar geldt voor mij; niet stunten, handen aan het stuur en voeten op de trappers. En ze weten dat ik heel streng ben op de fiets. Soms schreeuw ik iets te hard dat ze opzij moeten. Omdat ik al helemaal voor me zie dat die auto ze niet kan ontwijken. Dit leg ik daarna wel uit, met een sorry voor het schreeuwen.
  • Zwemmen. Er geldt voor mij 1 uitzondering. Het zwembad. Ik wil de jongste twee zien met zwemmen en ook de oudste van 9 houd ik het liefste continu in de gaten. Dat vind ik nog een dingetje.. loslaten in het zwembad. Ook al heeft oudste dochter nu een diploma, ze is nog maar zes en als er iemand boven op springt… Ik neem aan dat dit steeds makkelijker wordt naarmate ze ouder worden.

Op reis kun je te maken krijgen met andere gevaren. Dingen die je niet gewend bent. Maar ook op reis is het van belang dat je je kinderen niet te kort houdt. Het moet voor kinderen ook leuk zijn. En welk kind vindt het nou leuk om 24 uur per dag aan de hand gehouden te worden? Mijn tip voor alles eigenlijk is, bespreek het met je kinderen. Dan merk je snel genoeg waar ze aan toe zijn.  In een hele drukke stad zou ik mijn kinderen niet alleen op pad sturen. Maar misschien kunnen ze bijvoorbeeld wel bij de receptie van een hotel een foldertje halen. Dat zijn ook kleine stappen naar het zelfstandig worden op reis.

Mijn jongste dochter (net 3) mocht met de oudere kinderen mee naar het springkussen. De eerste keer waren we hier samen geweest en ze deed het zo goed. We spraken af dat ze met z’n drieën ook weer terug moesten komen. En dat ze niet voorbij het hek mochten. Als er iets aan de hand was zou oudste dochter (6) ons halen en zoon (9) bij de jongste blijven. En dat ging goed! We zeiden tegen jongste dochter dat ze mee mocht, maar goed bij haar broer en zus moet blijven. En toen ze hand in hand terugkwamen riep ze heel hard: “ik heb goed geluisterd”. Dit gaf ons het vertrouwen dat het kon. En de kinderen waren allemaal trots. (Ze wisten niet dat wij de af en toe stiekem langsgelopen zijn).

 

 

error0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

6 + elf =